Lhbtiqa+ monitor 2026
Wat zijn de opvattingen over lhbtiqa+ personen onder de Nederlandse bevolking? En hoe is de leefsituatie van lhbtiqa+ personen in vergelijking met niet-lhbtiqa+ personen? Deze vragen staan centraal in de Lhbtiqa+ monitor 2026.
De monitor is uitgevoerd door Panteia, Movisie en Ipsos I&O in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het onderzoek bouwt voort op de Lhbtiqa+ monitor 2024 van Panteia, Movisie en Ipsos I&O en op eerdere edities die het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uitvoerde. De Lhbtiqa+ monitor omvat de volgende groepen: lesbische personen, homoseksuele personen, bi+ personen, aseksuele personen, queer personen, transgender personen, non-binaire personen en intersekse personen. Aanvullend is de leefsituatie van lhbtiqa+ personen van kleur en lhbtiqa+ personen met een beperking onderzocht.
De leefsituatie en opvattingen zijn onderzocht door middel van een online vragenlijst die is uitgezet onder twee steekproeven uit het I&O Research Panel. De kwantitatieve resultaten uit deze vragenlijst zijn aangevuld met duiding en ervaringen uit focusgroepen met personen uit de verschillende lhbtiqa+ groepen en met gegevens uit eerder uitgevoerde grootschalige bevolkingsonderzoeken.
Leefsituatie
Enkele belangrijke bevindingen over de leefsituatie van lhbtiqa+ personen zijn als volgt:
- Alle lhbtiqa+ groepen, op lesbische en homoseksuele personen na, ervaren een lagere mate van zelfwaardering ten opzichte van niet-lhbtiqa+ personen. Intersekse personen scoren het laagst.
- Lhbtiqa+ personen zijn over het algemeen vaker lid van een vereniging of organisatie ten opzichte van niet-lhbtiqa+ personen.
- Sommige lhbtiqa+ groepen, waaronder intersekse, non-binaire en lhbtiqa+ personen met een beperking, geven vaker aan te weinig geld te hebben dan niet-lhbtiqa+ personen.
- Alle lhbtiqa+ groepen geven, in vergelijking met de niet-lhbtiqa+ groep, vaker aan na te denken over wat zij wel en niet doen als het gaat om bijvoorbeeld genderexpressie of affectie tonen in de openbare ruimte.
- Veel lhbtiqa+ groepen zijn gemiddeld minder tevreden met hun sociaaleconomische situatie dan niet-lhbtiqa+ personen.
- Alle lhbtiqa+ groepen, op lesbische en homoseksuele personen na, geven vaker aan psychisch ongezond te zijn ten opzichte van niet-lhbtiqa+ personen.
- Alle lhbtiqa+ groepen hebben vaker suïcidale gedachten gehad dan niet-lhbtiqa+ personen.
- Veel lhbtiqa+ personen ontvangen vaker online haatreacties dan niet-lhbtiqa+ personen. Dit is het hoogst onder transgender en queer personen.
- Bijna alle lhbtiqa+ groepen, op aseksuele personen na, hebben vaker ervaring met online, niet-fysiek en fysiek ongewenst seksueel gedrag.
- Alle lhbtiqa+ groepen hebben in de afgelopen 12 maanden vaker ervaring met discriminatie, ten opzichte van niet-lhbtiqa+ personen. De lhbtiqa+ groepen die discriminatie hebben ervaren, geven aan dat het vooral komt door discriminerende opmerkingen, een negatief beeld/stigmatisering (bijvoorbeeld in de media) en door microagressies.
- De meeste ervaringen met discriminatie vinden online en op straat plaats. Bij iedere lhbtiqa+ groep ervaart minimaal ongeveer een derde dit.
- Discriminatie door andere lhbtiqa+ personen komt bij meerdere groepen in 2026 minder vaak voor dan in 2024.
Opvattingen over lhbtiqa+ personen
In het algemeen is de houding van de Nederlandse bevolking ten opzichte van seksuele, gender- en seksediversiteit vergelijkbaar tussen 2024 en 2026. Alleen bij de opvattingen over homoseksualiteit zien we een significante toename van de groep mensen die een neutrale houding aanneemt. Voor elk van de lhbtiqa+ groepen geldt dat de meerderheid van de respondenten (nog steeds) een positieve houding heeft. De resultaten laten duidelijke verschillen zien in de houding ten opzichte van de afzonderlijke groepen, waarbij het minst positief wordt geoordeeld over non-binaire, transgender en intersekse personen.
Andere punten van zorg zijn dat nog steeds relatief veel mensen aangeven dat bi+, transgender en non-binair zijn modeverschijnselen zijn, en dat ook nog steeds relatief veel respondenten geen relatie zouden willen met transgender, non-binaire, bi+, aseksuele of intersekse personen. Bij diverse stellingen over aseksuele, non-binaire en intersekse personen geven relatief veel respondenten aan, net als in 2024, er niet over na te denken en/of het niet echt goed te weten. Deze bevinding laat zien dat de kennis over en het begrip, of de erkenning van, deze groepen personen in de Nederlandse samenleving nog redelijk beperkt is.
De Lhbtiqa+ monitor wordt in 2028 opnieuw uitgevoerd door Panteia, Movisie en Ipsos I&O.